Het leven van ‘Johnny’ in Moldavië

U bent hier: Home - Het leven van ‘Johnny’ in Moldavië

Het bezoek aan Moldavië is om meerdere redenen een onvergetelijke ervaring geworden, die ik voor geen goud in de wereld had willen missen. In dit verslag wil ik ons bezoek aan een van de projecten er speciaal uitlichten. Het is een klein onderdeel van onze week geweest, maar de uitwerking ervan is moeilijk te onderschatten voor hen die er bij zijn geweest.

Op 9 juli 2014 schrijf ik "Vanmorgen een projectfamilie bezocht. De situatie die we aantreffen zou in Nederland al een drama zijn, in Moldavië komt het drie keer zo hard binnen. In de vertaling van het Roemeens naar het Nederlands lijken fictie en werkelijkheid soms wat door elkaar te lopen door de taalbarrière, maar wat we aantreffen is de harde realiteit.

Johnny is 53 en is op zijn 26e bij een verkeersongeval invalide geraakt, zijn onderlichaam en zijn linkerarm zijn verlamd. Het lijkt of ook zijn hersenen een tik hebben meegekregen omdat hij zich niet eenvoudig uit kan drukken. Eigenlijk heet hij Joreg, maar Johnny is zijn bijnaam. Die heeft hij te danken aan het feit dat hij in een tijd van communistisch bewind de eerste in het dorp was die Engels had geleerd. In die tijd een unicum.

Johnny is getrouwd en heeft een dochter. Maar zijn vrouw en dochter ziet hij niet meer. De enige die nog een beetje voor hem zorgt, is zijn vader. Die is zelf ruim 80 jaar oud en heeft zelf ook zorg nodig.

In het huis moet alles worden schoongemaakt en gedesinfecteerd. Tijdens deze schoonmaak ga ik met Johnny, Eugene en Maria lopen. We lopen langs zeer slechte wegen, met keien, gaten met plassen, het is meer een karrespoor en feitelijk onbegaanbaar. Maar zo zien alle wegen er uit in de dorpen die we kennen. Het is direct duidelijk dat een rolstoeler op zichzelf hier geen enkele kans maakt om zichzelf ook maar een meter voort te bewegen. De rolstoel van Johnny is afkomstig uit Vietnam en geschonken door een Russische organisatie. We bewegen, lopen, wankelen meer over de zand- en keienpaden. Elke keer ben ik bang dat Johnny uit zijn stoel valt.

De mensen in het dorp lijken Johnny allemaal goed te kennen, en bijna elke voorbijganger doet zijn gezicht oplichten, en al zie ik dat zelf niet van achter de rolstoel, ik weet dat hij lacht. Mensen begroeten hem en we rijden langs twee mannen op de hoek van een kruispunt, op hun hurken voeren ze ellenlange gesprekken. Een van hen veert op bij het zien van Johnny en begroet hem hartelijk. Ook wij "meelopers" krijgen een warme handdruk en een grote glimlach. Als de man hoort dat ik uit Nederland kom, heeft hij nog wel een tip voor Johnny: net buiten het dorp staat een waterput. Er wordt gezegd dat als je water drinkt uit deze put, je voor altijd in het dorp zult blijven. Een handige uitkomst voor het mobiliteitsprobleem van Johnny. Uiteraard versta ik geen woord van het Roemeens en ik krijg dan op dat moment ook niet mee waarom zo hard gelachen wordt. Maar de sfeer is goed, en de mannen praten vrolijk verder over koetjes en kalfjes en omdat ik niets van het gesprek volg is voor mij onduidelijk wanneer het gesprek wordt afgerond of op welk moment dat gebeurt. Een derde man schuift voorbij. In Adidas sportbroek wat volgens mij de nationale klederdracht is voor Moldavische mannen op leeftijd zonder werk. Johnny probeert uit de zak van de man een sigaret te futselen, maar daar is deze niet van gediend, en hij duwt de hand van Johnny zacht weg. We lopen verder, maar na even blijkt de weg ook geblokkeerd omdat er een grote plas water ligt die de weg van links tot rechts bedekt. We keren om en komen een vrouw tegen die net terugkomt van boodschappen doen. Ze vertelt ons dat Johnny vroeger bij haar in de klas zat. Ze trekt een zakje van de boodschappen stuk en geeft Johnny twee tomaten. Een stopt hij meteen gretig in zijn mond, de ander blijft nog even liggen in zijn schoot. Na een kort praatje gaan we verder, maar even verderop is de weg zo slecht dat ze onbegaanbaar is. We worden ook hier door het slechte wegdek gedwongen om te keren.

We keren terug naar het huis van Johnny. Daar vinden we zijn oude vader liggend op een bed. Van anderen hoor ik zijn verhaal. Ooit had hij een welvarende boerderij die goed liep, maar hij raakte aan de alcohol en verkwanselde wat hij had opgebouwd.

In mijn eigen hoofd heb ik de puzzelstukjes gelegd. Johnny is telg uit een familie met een goed lopend boerenbedrijf. Zelf is hij chauffeur en verdient hij de kost voor zijn jonge vrouw en net geboren dochter. En dan op een fatale dag, wordt een hele familie geruïneerd.

De gedachte aan dit verhaal verstikt, het knijpt je keel dicht te bedenken hoe een ongeval als dit een familie kan slopen. Als we teruggaan, voelt het alsof we terugkomen van een begrafenis. Nergens is er een lichtpuntje te ontdekken, nergens ervaar je lucht om adem te halen, in het besef dat er iets goed gaat komen. Je ziet alleen een groep Moldavische tieners de handen uit de mouwen steken om families als deze te helpen. En je vraagt je af waarom ze dit werk doen, terwijl hun ouders vaak in het buitenland werken om voor hen een leefbare situatie te creëren. Ouders kunnen de tieners er dus ook niet op wijzen.

En wij Nederlanders? Wij maken ons druk of we wel WiFi aansluiting hebben of niet... - best iets om je klein over te voelen, best iets om over na te denken....

Met vriendelijke groet,

Hans Rigtering

PKN Nederland