Highlights Moldavië

U bent hier: Home - Highlights Moldavië

De eerste paar dagen hebben we in een klooster geslapen. We kwamen hier aan op zaterdagavond en zijn op woensdagavond weer weg gegaan. Op maandag kwamen er ongeveer 50 jongeren uit de omgeving ook naar het klooster. Tot en met woensdag hebben we samen met hen een educatief programma gedaan over de sociale problematiek in Moldavië. Het was mooi om te zien hoe op de woensdag de groep Moldaviërs en Nederlanders een soort van samensmolten. We waren aan elkaar gewend geraakt, jammer dat het toen alweer voorbij was…

 

Wat in het klooster veel indruk bij me heeft achter gelaten, waren de momenten dat we gingen eten. Dit begon al toen we moe en verreisd, na vier uur hobbelen in een busje, aan kwamen in het klooster. Het was ongeveer 10 uur ’s avonds (we waren om 3 uur ’s ochtends thuis opgestaan…) en we kregen nog een diner aangeboden! Het was de bedoeling dat de mannen en jongens als eerste de eetzaal in gingen nadat ze hun handen gewassen hadden, en daarna de meisjes en vrouwen. Aan tafel was het niet de bedoeling dat mannen en vrouwen door elkaar heen zaten. Eten gebeurde alleen met een vork (behalve de soep natuurlijk). Al snel kwamen we er achter dat je het brood, dat er tijdens iedere maaltijd was, kon gebruiken om het eten op de vork te schuiven. We kregen drie warme maaltijden per dag. We zijn wel eens de dag begonnen met aardappelpuree met visballetjes en vissaus. Ik ben geen visliefhebber dus dit maakt dan extra veel indruk zo in de ochtend. Maar het meeste waar we aan moesten wennen was dat er in de eetzaal niet gesproken mocht worden. Een voordeel was dat de maaltijd ook zo voorbij was (15 à 20 minuten, niet langer). Jammer was wel dat je niets met elkaar kon bespreken: ‘Wat is het?’, ‘Vind jij het lekker?’ of ‘Dit is echt heel lekker!’. In Nederland zijn we gewend dat de maaltijd een gezellig moment is, een moment om dingen met elkaar te delen, om samen te komen. Dat miste ik het meeste. Na vertrek uit het klooster kwamen we er achter dat, zoals de maaltijden ingericht waren, een gebruik van het klooster is. De rest van de week waren de maaltijden een gezellig moment en in de gastgezinnen bestond het ontbijt niet uit soep of aardappelen, maar uit brood met jam en boter.

 

Iets anders van een heel andere orde dat me geraakt heeft, was hoe de samenleving in het dorp waar we in de gastgezinnen verbleven was opgebouwd. We verbleven in drie gastgezinnen (meiden, jongens, leiding). Als je ‘gastgezin’ zegt dan denk ik aan: vader, moeder en een aantal kinderen. Niets was minder waar. In alle drie de gezinnen waren er geen ouders thuis. Deze werkten in het buitenland. Alleen de kinderen waren er nog. In deze gevallen in ieder huis een meisje van een jaar of 16, met of zonder broer en/of zus. Zij zorgen voor zichzelf, zien hun ouders met een beetje geluk vier keer per jaar en dat is het. In het dorp woonden ongeveer 2000 mensen. Dit zijn dus met name oudere mensen die samen wonen met hun jongste kleinkinderen en jongeren tot begin 20. Het merendeel van de dorpelingen tussen de 25 en 50/60 jaar is weggetrokken om elders te werken. Een gat in de bevolking van zo’n dorpje. We konden ons het allemaal niet voorstellen hoe dat moet zijn, om zo te leven. Jammer genoeg is het, als je dit weet, niet meer zo moeilijk om je voor te stellen hoe het komt dat er in Moldavië veel vrouwenhandel is en er veel tienermoeders zijn…

 

Een vraag die we veel kregen voordat we weg gingen naar Moldavië was: ‘Wat gaan jullie daar doen?’ We hebben inderdaad geen put gegraven of een school gebouwd.

Maar: we zijn er geweest. We hebben de mensen daar laten zien dat we hen zien, dat we er voor ze zijn. We hebben ze aandacht kunnen geven, gewoon door er te zijn. De dankbaarheid was op meerdere momenten te voelen en dat is iets dat onze reis de moeite waard heeft gemaakt.

Fenna Timmer

PKN Nederland