Paulus en de vrijheid van elk mens

U bent hier: Home - Paulus en de vrijheid van elk mens

Paulus en de vrijheid van elk mens

Vrijheid is in West-Europa een verworven goed waar wij trots op en dankbaar voor zijn. Eeuwen geleden hebben onze voorvaderen gestreden voor de vrijheid van elk mens. Met name de periode van de verlichting en de Franse Revolutie hebben ertoe bijgedragen dat het gewone volk zich steeds meer heeft kunnen losmaken van een dogmatisch autoriteitsgeloof om daardoor te ontwaken tot zelfstandig denken. Beide gebeurtenissen brachten in West-Europa een proces op gang om vrijheid te kunnen hanteren. Vrijheid echter moest voortdurend worden veroverd en ervaren en vrijheid moest worden verdeeld over alle bevolkingsgroepen. Nog in de twintigste eeuw moest de vrijheid worden bevochten in Nederland en in de zestiger jaren van de vorige eeuw dacht men zich in vrijheid los te kunnen maken van alle vaste structuren en vormen.

Inmiddels wordt vrijheid in Nederland zo open geleefd dat er vragen gesteld moeten worden of er grenzen aan vrijheid bestaan. Waar begint en eindigt onze vrijheid? Zijn wij echter daadwerkelijk zo vrij als wij denken te zijn? Er bestaat namelijk naast de uiterlijke vrijheid nog een andere vrijheid, en dat is de innerlijke vrijheid. Wij denken vaak vrij te zijn, echter, zijn wij daadwerkelijk onszelf, zijn wij authentiek of worden wij niet in hoge mate beïnvloed door de dynamiek van ons onderbewuste?

In de brieven van Paulus ontmoeten wij de ervaringen van een mens die zichzelf heeft gevonden en die in contact is gekomen met zijn ware wezen. Steeds weer ontmoeten wij bij Paulus psychologische inzichten die vaak ook in terloopse opmerkingen zijn weergegeven. Interessant zijn de uitspraken die Paulus over de innerlijke verscheurdheid doet in zijn brief aan de Romeinen. “Wat ik doe doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat” (Rom. 7, 15). Er lijkt een andere macht in Paulus te hebben gehuisd die aanzet tot een gedrag dat niet beantwoord aan zijn eigen ideaalbeeld.

De psychologie ziet als oorzaak van deze tweespalt de verdringing van instinctmatige verlangens. Omdat de driftmatige behoeften indruisen tegen het eigen ideaalbeeld worden zij in ons onbewuste verdrongen. Echter van daaruit ontplooien zij hun destructieve activiteit en saboteren datgene wat wij ons bewust hadden voorgenomen. In de mens huist dus een andere kracht, de macht van het verdrongene, die Paulus de zonde noemt. Wat een mens echter verdrongen heeft, leeft verder in het diepste van de mens. Het splijt en verscheurt hem. Pas als het aan het licht is gebracht kan het veranderen.

Paulus wil ons hierbij uitnodigen om realistisch naar onszelf met onze lichte en donkere kanten te kijken. Daarbij kan hij ons helpen om een weg te bewandelen naar een authentieker leven. Gaat men met Paulus deze weg dan kunnen vragen aan de orde komen als “wie ben ik zelf en wat zijn mijn diepste verlangens en wensen?”. “Waar liggen mijn angsten en blokkades en heb ik de kracht om deze te willen zien?”. Paulus zelf heeft een lange weg moeten bewandelen waarin hij steeds meer begon te leven in harmonie met zichzelf, met God en met anderen. Op deze achtergrond kan ons zijn verhaal alsmaar opnieuw raken. In een lezing over Paulus zal ik hier nader op ingaan.
 

ds. Stephan Kurtzahn

PKN Nederland