Diensten

  1. 24-09 09:30 VK Ds. A. van Nierop
  2. 01-10 09:30 VK Ds. K.E. Bras, Haarlem
  3. 01-10 10:00 WaZ Ds. D. Fisser
  4. 08-10 09:30 VK Ds. A. van Nierop
  5. 15-10 09:30 VK Ds. J. Bellwinkel, Leiden

Lees meer

U bent hier: www.pknbeverwijk.nl - Orgels - Grote Kerk Beverwijk - Müller-orgel

Müller-orgel

Klik op 1, 2 of 3 voor een fragment van een transcriptie van een improvisatie van Klaas Bolt op Here, kere van ons af, gezang 418, (melodie: Now, o now I needs must part van John Dowland) door Anton Doornhein.

 

Het Orgel

Het Beverwijkse Müller-orgel is één van de duidelijkste voorbeelden van de wijze waarop men in de 18e eeuw in Holland meestal een orgel inrichtte voor een effectieve begeleiding van de gemeentezang: Cornet, prestant 16 vt. disc., manuaalkoppel bas/discant, de samenstelling van de mixtuur. Ook ontbreekt de in Holland zeer populaire samenstelling: Vox humana + Quintadena 8 + Holpijp + tremulant niet op dit orgel.
Het instrument bezit een typische - van andere Müller-orgels afwijkende - brede vorm en indeling van het front met dubbele tussenvelden en frontpijpen met spitslabia in "Hollandse" stijl.
De zijtorens en ook de onderste tussenvelden bevatten zowel pijpen van de manuaal-prestant als van de pedaal-prestant. De prestant 16' discant van het bovenwerk bevindt zich in het bovenste gedeelte van het front.
Karakteristiek voor Müller is de dispositie van het pedaal, die bijna identiek is aan die van de Waalse kerk te Amsterdam met o.m. een Fagot 16'.
Het bovenwerk is van een typisch Hollandse samenstelling: hoofdzakelijk fluiten plus tongwerken.
De grenen orgelkas is geschilderd in de kleur rood mahonie en versierd met fraaie barokfestoenen.


De Bouwer

Christian Müller is geboren op 4 februari 1690 in St. Andreasberg in de Harz. Hij huwt als burger van Amsterdam op 20 juli 1720 Elisabeth van der Berg. Zij stierf in 1721. Zijn tweede vrouw, de negentienjarige Catherina Beverwijk, huwt hij op 2 oktober 1721. Zij kregen elf kinderen.
Christian Müller was in zijn tijd de beroemdste orgelmaker in het westen des lands.
In zijn grotere orgels te Leeuwarden (1724-1727) en te Haarlem, de St. Bavo (1735-1738), heeft hij in menig opzicht een synthese tot stand weten te bren­gen tussen de karakteristiek Oud Hollandse orgelbouw van de 17e en begin 18e eeuw en de toentertijd moderne Hamburgse-Groningse richting van Schnitger en Hinsz, zowel wat de samenstelling en klank betreft als de opstelling en het uiterlijk.
Het orgel werd gekeurd en ingespeeld door de Haarlemse Bavo-organist Henricus Radeker wiens vader knecht en vertegenwordiger van Arp Schnitger in Groningen was geweest. Zijn zoon Johannes Radeker, organist van de Lutherse kerk in Haarlem, werd gekozen als eerste organist van het nieuwe Beverwijkse orgel.

 

De Schenkster
Het orgel was een geschenk van Anna Elisabeth Geelvinck.
Anna Elisabeth werd op 15 april 1702 geboren te Amsterdam als dochter van burgemeester Lieve Geelvinck (1676 -1743).
Van haar vader kreeg Anna Elisabeth de hofstede Scheybeek onder Beverwijk.
Na het overlijden van haar eerste echtgenoot Nicolaas Pancras in 1739 trouwde zij in december 1740 met de weduwnaar Johannes Lucas Pels, heer van Hogelande en Oud schepen van de stad Amsterdam.
In Amsterdam aan de Herengracht waren zij bijna buren evenals in Beverwijk waar Pels de hofstede Akerendam bezat. Al na een maand bleek Pels ernstig ziek en overleed op 7 januari 1741.
Beide huwelijken bleven kinderloos.
De buitenplaats Akerendam verkocht Anna Elisabeth aan haar broer Nicolaas.
In haar latere levensjaren hield zij zich bezig met liefdadigheid.
Omdat Anna Elisabeth en vooral haar broer Nicolaas zich hevig ergerden aan de schreeuwerige gemeentezang besloot Anna Elisabeth voor de Grote Kerk in Beverwijk een orgel te laten bouwen.
De opdracht ging naar Christian Müller die beroemd was om de bouw van het orgel in de Sint Bavo In Haarlem.
Op 7 juli 1756 werd het orgel feestelijk in gebruik genomen.
Anna Elisabeth Geelvinck overleed te Amsterdam op 13 januari 1757.

 

De huidige dispositie van het Orgel

 

Hoofdwerk:

Praestant  8'                       1756, discant dubbelkorig in front, 1983

Roerfluit 8'                          1756, tamelijk wijde mensuur

Octaaf 4'                             1756

Quint 3'                               grotendeels 1983, discant dubbelkorig

Superoctaaf 2'                    1756, discant dubbelkorig, 1983

Sesquialter 2 sterk             1756, terts dubbelkorig, 1983

Mixtuur 4-6 sterk                1756

Trompet 8'                          1756/1883/1983

 

Bovenwerk:

Praestant 16' discant         1756, in het front geplaatst

Holpijp 8'                            1756, in feite een roerfluit,

                korte nauwe roeren

Quintadena 8'                     1756

Gemshoorn 4'                     1937, in 1983 ½ toon opgeschoven  

                                                     i.v.m. toonhoogte herstel

Nachthoorn 2'                     1756

Cornet 4 sterk                     1756

Schalmeij 8'                        1937/1983

Vox Humana 8'                   1756/1883/1983 dubbele kegelvorm

 

Pedaal:

Bourdon 16'                        1756, eiken

Praestant 8'                        1756, gedeeltelijk in het front

Octaaf 4'                             1756

Woudfluit 2'                        1756

Fagot 16'                            1756/1983

Trompet 8'                          1756/1983

 

Omvang:

Manualen                            C - c''' gestreept

Pedaal                                C - c'  gestreept

Manuaalkoppel bas/discant           

Pedaalkoppel aan Hoofdwerk

Tremulant voor het gehele orgel

 

Toonhoogte: a = 415 Herz 

Stemming: naar Valotti, 18e eeuw.

PKN Nederland