25 maart 2014 - Meditatie verzorgd door ds. Marco Visser

U bent hier: Home - 25 maart 2014 - Meditatie verzorgd door ds. Marco Visser

De kus

Ze zijn ouden van dagen. Zij kan bijna niet meer lopen, hij helemaal niet meer. Zij duwt hem in zijn rolstoel voort. Een leven lang hebben ze met elkaar geleefd, hebben ze hun dagen met elkaar gedeeld, zijn ze aan elkaar gewend. Dan ineens, zonder aanleiding, houdt zij aan. De rolstoel staat stil. Zij loopt langzaam twee passen om de zittende man heen, buigt zich voorover en kust hem zacht. Heel even maar, bijna onmerkbaar beroert zij met haar mond zijn oude huid. De kus is genegenheid, liefde.

 

De school is uit. Ze hebben afgesproken in het park. Er moet nog veel gebeuren, huiswerk, televisie kijken. ‘Even maar kunnen we elkaar zien,’ had ze gezegd. Maar dat ‘even’ wordt een eeuwigheid, als ze dicht bij elkaar komen, als hun ogen elkaar vasthouden, als hun gezichten elkaar aanraken, als ze elkaar in- en uitademen. De kus doet vlammen oplaaien.

 

‘Lang niet gezien!’ Twee oude vrienden ontmoeten elkaar bij een wederzijdse kennis. Een feestje. Lang niet gezien, maar hun ogen lichten op in de ontmoeting. Als vanzelf grijpen ze elkaar vast, ze lachen, omarmen elkaar, geven elkaar drie klinkende kussen. De avond is te kort voor hun gesprek. De kus herkent vriendschap.

 

Het meisje struikelt, valt. Van schrik en pijn huilt ze, zo hard ze kan, de tweejarige. ‘Kom gauw hier!’ zegt haar vader. Tilt haar op. ‘Waar doet het pijn?’ Ze wijst. Hij doet er een kus op. En nog één. ‘Nu weer vrolijk,’ zegt het meisje en wurmt zich uit de armen van papa om weer verder te spelen. De kus maakt alles goed.

 

Kus, ik geef jou mijn gezicht. Ik ben kwetsbaar, maar dat geeft niet bij jou. Ik heb niets te verbergen, maar dat hoeft ook niet bij jou. Goed je te zien. Wij horen bij elkaar. Mijn geliefde, mijn kind, mijn moeder, mijn vriend.

 

En direct, terwijl Jezus nog sprak –

daar kwam Judas aan, één van de twaalf,

en bij hem een menigte met zwaarden en stokken,

gestuurd door de overpriesters

en de schriftgeleerden en de oudsten.

Degene die hem zou overleveren,

had met hen een teken afgesproken:

‘Die ik zal kussen: die is het.

Grijp hem en neem hem goed bewaakt mee.’

En hij kwam en stapte direct op hem af en zei:

‘Rabbi!’

… en hij kuste hem.

Zij sloegen de handen aan hem en grepen hem.

 

(Marcus 14: 43-46)

 

ds. Marco Visser

PKN Nederland