U bent hier: www.pknbeverwijk.nl - Orgels - Grote Kerk Beverwijk - Müller-orgel

Müller-orgel

Klik hier voor een fragment van een transcriptie van een improvisatie van Klaas Bolt op Here, kere van ons af, gezang 418, door Anton Doornhein.

Het Orgel

Het Beverwijkse Müller-orgel is één van de duidelijkste voorbeelden van de wijze waarop men in de 18e eeuw in Holland meestal een orgel inrichtte voor een effectieve begeleiding van de gemeentezang: Cornet, prestant 16 vt. disc., manuaalkoppel bas/discant, de samenstelling van de mixtuur. Ook ontbreekt de in Holland zeer populaire samenstelling: Vox humana + Quintadena 8 + Holpijp + tremulant niet op dit orgel.
Het instrument bezit een typische - van andere Müller-orgels afwijkende - brede vorm en indeling van het front met dubbele tussenvelden en frontpijpen met spitslabia in "Hollandse" stijl.
De zijtorens en ook de onderste tussenvelden bevatten zowel pijpen van de manuaal-prestant als van de pedaal-prestant. De prestant 16' discant van het bovenwerk bevindt zich in het bovenste gedeelte van het front.
Karakteristiek voor Müller is de dispositie van het pedaal, die bijna identiek is aan die van de Waalse kerk te Amsterdam met o.m. een Fagot 16'.
Het bovenwerk is van een typisch Hollandse samenstelling: hoofdzakelijk fluiten plus tongwerken.
De grenen orgelkas is geschilderd in de kleur rood mahonie en versierd met fraaie barokfestoenen.


 De Bouwer

Christian Müller is geboren op 4 februari 1690 in St. Andreasberg in de Harz. Hij huwt als burger van Amsterdam op 20 juli 1720 Elisabeth van der Berg. Zij stierf in 1721. Zijn tweede vrouw, de negentienjarige Catherina Beverwijk, huwt hij op 2 oktober 1721. Zij kregen elf kinderen.
Christian Müller was in zijn tijd de beroemdste orgelmaker in het westen des lands.
In zijn grotere orgels te Leeuwarden (1724-1727) en te Haarlem, de St. Bavo (1735-1738), heeft hij in menig opzicht een synthese tot stand weten te bren­gen tussen de karakteristiek Oud Hollandse orgelbouw van de 17e en begin 18e eeuw en de toentertijd moderne Hamburgse-Groningse richting van Schnitger en Hinsz, zowel wat de samenstelling en klank betreft als de opstelling en het uiterlijk.
Het orgel werd gekeurd en ingespeeld door de Haarlemse Bavo-organist Henricus Radeker wiens vader knecht en vertegenwordiger van Arp Schnitger in Groningen was geweest. Zijn zoon Johannes Radeker, organist van de Lutherse kerk in Haarlem, werd gekozen als eerste organist van het nieuwe Beverwijkse orgel.
 

De Schenkster
 
Het orgel was een geschenk van Anna Elisabeth Geelvinck.
Anna Elisabeth werd op 15 aprl 1792 geboren te Amsterdam als dochter van burgemeester Lieve Geelvinck (1676 -1743).
Van haar vader kreeg Anna Elisabeth de hofstede Scheybeek onder Beverwijk.
 Na het overlijden van haar eerste echtgenoot Nicolaas Pancras in 1739 trouwde zij in december 1740 met de weduwnaar Johannes Lucas Pels, heer van Hogelande en Oud schepen van de stad  Amsterdam.
In Amsterdam aan de Herengracht waren zij bijna buren evenals in Beverwijk waar Pels de hofstede Akerendam bezat. Al na een maand bleek Pels ernstig ziek en overleed op 7 januari 1741.
Beide huwelijken bleven kinderloos.
De buitenplaats Akerendam verkocht Anna Elisabeth aan haar broer Nicolaas.
In haar latere levensjaren hield zij zich bezig met liefdadigheid.
Omdat Anna Elisabeth en vooral haar broer Nicolaas zich hevig ergerden aan  de schreeuwerige gemeentezang  besloot Anna Elisabeth voor de Grote Kerk in Beverwijk een orgel  te laten bouwen.
De opdracht ging naar Christian Müller die beroemd was om de bouw van het orgel in de Sint Bavo In Haarlem.
Op 7 juli 1756 werd het orgel feestelijk in gebruik genomen.
Anna Elisabeth Geelvinck overleed te Amsterdam op 13 januari 1757. 
 
Organisten

Hans Kelder en Ton Veltkamp 

 

De Huidige dispositie van het Orgel

Hoofdwerk:
Praestant  8'
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Quint 3'
Superoctaaf 2'
Sexquialter 2 sterk
Mixtuur 4-6 sterk
Trompet 8'
.


1756, discant dubbelkorig in front, 1983
1756, tamelijk wijde mensuur
1756
grotendeels 1983, discant dubbelkorig
1756, discant dubbelkorig, 1983
1756, terts dubbelkorig, 1983
1756
1756/1883/1983

Bovenwerk:
Praestant 16' discant
Holpijp 8'

Quintadena 8'
Gemshoorn 4'

Nachthoorn 2'
Cornet 4 ster
Schalmeij 8'
Vox Humana 8

 

1756, in het front geplaatst
1756, in feite een roerfluit, korte nauwe roeren
1756
1937, in 1983 1/2 toon opgeschoven i.v.m. toonhoogte herstel

1756
1756
1937/1983
1756/1883/1983 dubbele kegelvorm

Pedaal:
Bourdon 16' 
Praestant 8'
Octaaf 4'
Woudfluit 2'
Fagot 16'
Trompet 8'


1756, eiken
1756, gedeeltelijk in het front
1756
1756
1756/1983
1756/1983

Omvang:
Manualen      C - c''' gestreept
 Pedaal           C - c'  gestreept 
Manuaalkoppel bas/discant 
Pedaalkoppel aan Hoofdwerk
Tremulant voor het gehele orgel

Toonhoogte: a = 415 Herz
Stemming: naar Valotti, 18e eeuw

 

PKN Nederland