Kerkzorgen

U bent hier: Home - Kerkzorgen

Kerkzorgen

Wat een sneue kop! Uit marketingoverwegingen ook helemaal fout. Nooit beginnen met het slechte nieuws. (Is het daar bij de PKN ook mis gegaan, met hun catechismus die start met ‘Ellende’?) OK, maar: er is reden tot zorg, qua cijfers dan.

De cijfers (met dank aan wikipedia/Godsdiensten in Nederland). In 1899 was 96% van de Nederlanders lid van een kerkgenootschap. 2% was ‘niets’. In 1947 was 82% ‘kerks’ en al 17% ‘niets’. In 1985 was ruim 65% bij een kerk en waren de ‘nietsen’ van 17% naar 31% gestegen. En in 2005 was 43% ‘kerks’ en waren de ‘nietsen’ in de meerderheid met ruim 48%.

Minder ‘kerksen’ en meer ‘nietsers’

Bovenstaande kop is de conclusie. Wel met aanhalingstekens voor ‘niets’ en ‘kerk’, want ‘niets’ is ook altijd iets en bovendien is ‘kerk’ niet altijd kerk. Wat is kerk dan eigenlijk? Tja… voor een theologische kijk op kerk, lees de Samenklank van 27 februari 2007. Die kerk is Kerk en die is van Blijvende Waarde. Maar voorlopig geldt: steeds minder ‘kerksen’ (PKN-ers) en meer ‘nietsers’ dus. De vraag is: hoe komt dit, is het erg, en: moet het roer om?

Hoe komt dit?

Er zijn veel factoren te noemen. Als mensen iets met God hebben –en dat zijn er, denk ik, meer dan we als kerkmensen denken– dan lijkt God een soort individueel gemeenschappelijke ‘kaarservaring’ zonder kerk geworden te zijn. En dit staat er misschien wat cynischer dan ik het bedoel –luisteren we wel wat er ‘aan God’ gebeurt buiten de PKN? Voor ‘iets van God ervaren’ hebben de meeste mensen de PKN in elk geval helemaal niet nodig. Sterker, veel mensen van ‘buiten de kerk’ ervaren onze PKN-wijze van God ter sprake brengen –vermoed ik- als wereldvreemd. Saaie, ouderwetse liederen bij een sloom orgel, oubollige taal in eenrichtingsverkeer, allemaal mensen van vroeger en bovendien veel te vroeg op zondag. Klaarblijkelijk vinden wij het moeilijk, om wat ‘aan God’ gebeurt in onze kerk naar buiten toe te vertalen.

Is dit erg?

Ik kom regelmatig mensen tegen, die het erg vinden, dat de ‘kerk’ lijkt te verdwijnen. Meestal bedoelen ze dan ‘hun’ kerk, namelijk de plaatselijke PKN-gemeenschap. Bij een beetje doorvragen blijkt, dat hier bij sommigen nog een soort ‘angst van vroeger’ zweeft –wie niet bij de kerk is, komt niet in de hemel…- Als we dat uitspreken, realiseren de meeste mensen zich direct, dat het een ongegronde angst is. Want als de hemel het van de kerkse PKN-mensen moet hebben, kan de Nederlandse Hemelafdeling na een jaar of dertig dicht. Dat is natuurlijk absurd. Bovendien is het een totaal niet Protestantse gedachte, dat er buiten de kerk geen heil zou zijn. Dat was juist één van de grote bezwaren tegen de RKK geweest ten tijde van de Reformatie. Dus: is het nou wel of niet erg, van die verdwijnende ‘kerk’ (lees: PKN)? Ja, natuurlijk, voor de mensen voor wie God en geloof onlosmakelijk zijn verbonden aan ‘hun kerk’ en ‘hun vieringen’. Dat hun kerk verdwijnt, doet hen pijn, mensen rouwen erom, ‘hun’ kerk is mensen dierbaar. En trouwens, ook voor de dominee en de koster en voor de medewerkers van het Dienstencentrum in Utrecht is het best vervelend, als de PKN er mee zou nokken. Dan zijn ze hun baan kwijt. Dus het is erg? Ja, best wel.

Maar is het ook héél erg?

Nee, ben je gek! Dat geloof ik niet. Voor wie durft los te laten en te relativeren: geloof is niet van de PKN, maar van de mensen en met mensen gaat God Zijn ongekende gang. In 2010 binnen onze PKN-structuren. En vooral ook daarbuiten: buiten de kerk. Laten we toch niet proberen om de 48% ‘nietsen’ naar de kerk te lokken. Want God woont niet in de PKN-kerk, God woont onder de mensen! En die komen samen in een kerk. Ook in een PKN-kerk. Laat wat mij betreft die boodschap onze koers bepalen.

En het roer, moet dat dan om?

Dat moet altijd, het is het principe van de reformatie: Ecclesia Reformata Semper Reformanda. De opnieuw geformeerde kerk zal zich telkens opnieuw formeren en opnieuw formeren en opnieuw formeren. De kerk is een dynamisch gebeuren! Blijvende verandering. Juist om koers te houden –zicht op waar God onder de mensen woont- moet het roer dus continu om. Tot zover de theologische theorie. Nu de praktijk: wie gaan dat doen, dat met dat roer? In eerste instantie denk je dan aan de mensen die nog steeds in de kerk zijn. Maar willen (of durven, of kunnen) die wel wat anders? Een scherpe analyse van prof. Nauta in ‘Paradoxaal leiderschap’ luidt: de mensen, die iets anders wilden, konden en durfden, zijn al lang weg en dat worden er steeds meer en de mensen die blijven, zij willen, durven of kunnen niets anders en dat worden er steeds minder. En hoe minder groot de groep, des te eenduidiger wordt zij en des te moeilijker komt ze tot verandering. De veranderaar wordt snel als een soort nieuwlichter met fratsen weggebonjourd. Een aardige patstelling. Waarschijnlijk gaat uiteindelijk de wal het schip dus keren. Dat zien we vanzelf. In elk geval is ook dan het roer om.

 

Veel heil en zegen voor 2010!
ds. W.Westerveld

PKN Nederland