U bent hier: www.pknbeverwijk.nl - Mijn kerk - Kerkgebouwen - Grote Kerk

De Grote Kerk van Beverwijk

Kerkstraat 37A, 1941 GC Beverwijk
 

De Grote Kerk is een uit baksteen opgetrokken driebeukige hallenkerk, waarvan de zuidbeuk korter is dan de beide andere. Ze werd in de jaren 1592-1648 gebouwd op de muurresten van een 15de eeuwse kerk, welke in 1576, met geheel Beverwijk, door de Spanjaarden werd verwoest (slechts 9 huizen bleven gespaard). Van deze oude kerk, gewijd aan de Heilige Agatha, kan men de dikkere onderste muurgedeelten nog herkennen en ook de pilaren zijn nog gedeeltelijk van deze kerk. Van de kerk kwam de middenbeuk ± 1400, de noorderbeuk ± 1445 en de zuidbeuk en toren in 1475 gereed.

De ongeveer 70 meter hoge toren heeft een fraai bewerkte renaissance-ingang uit 1631. Boven deze ingang staat de tekst: "DE HERE BEHOEDE UWEN UYTGANG ENDE INGANG VAN NU TOT IN EWICHEYT. PSALM CXXI : VIII".
Zoals nog te zien is werd toen het torengewelf verhoogd. In de toren bevindt zich een luidklok met een middellijn van 1,09 meter, in 1732 gegoten door Nicolaus Muller. Tijdens de 2e wereldoorlog werd deze klok door de Duitsers gevorderd, maar keerde na 1945 weer terug. Op deze klok staat het volgende opschrift: "MIJN IJZRE TONG GEBEUKT OP SCEL METALEN KAKEN / ROEPT ELKEEN TOT SIJN PLIGT OM GOD HIER GROOT TE MAKEN."
De grootste klok met een middellijn van 5 voet (ca. 1,5 meter), eveneens gegoten door Muller, is helaas - waarschijnlijk uit geldgebrek - in 1804 verkocht. Op deze klok stond te lezen: "OP HOOGTIJD EN BIJ NOOD / BEGRAAF OF TROUW GEVALLEN / ROEP IK HET VOLK TE KERKE / HET LUIJDBAARST VAN ONS ALLEN."
Na een brand in 1912 werd de torenspits, in gewijzigde vorm, weer opgebouwd. Eigenaardig is dat de toren niet tegen de kerk werd gebouwd, maar daarvan door een tussenbouw, die door een ijzeren hek kan worden afgesloten, is gescheiden. In de kerk bevindt zich een prachtig Müller-orgel uit 1756 met fraai bewerkt front, geschonken door mevrouw Pels-Geelvinck, bewoonster van de buitenplaats Akerendam.
De kerk is bevloerd met oude grafzerken, waaronder vele met oude huismerken en beroepsemblemen (troffel, bijl, schaaf, molen enz.). Van veel zerken zijn rond 1796, in de Franse tijd, de familiewapens weggehakt. Enkele van de zerken dateren uit de tijd voor de kerkhervorming, o.a. de fraaie priesterzerk uit 1523 van Claes Martens, dicht bij het orgel.
De fraai bewerkte eikenhouten preekstoel uit 1610 werd in 1645 omgeven door een eikenhouten doophek met gebeeldhouwde leeuwtjes en een koperen boog. Op de kansel bevindt zich een z.g. Keurbijbel uit 1682.
Vermeldenswaard is ook het 10-gebodenbord uit 1602 boven de zuidingang, met een brede omlijsting, versierd met krulwerk en Vredeman de Vries-motieven. Bij de restauratie is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de achterzijde te fotograferen waarop een eenvoudige schildering is aangebracht met de instellingswoorden van het Heilig Avondmaal: 1 Cor. XI:23-26 en 1 Cor. X:16.
Van de oorspronkelijk vier tegen het kerkgebouw aangebouwde rouwkapellen zijn er nog drie overgebleven. Aan de noordzijde van het voormalige noordkoor vinden we de grafkapel van het echtpaar Daniël Hogguer en Henriëtte de Mauclerc. Een rouwbord van hun zoon Daniël Lodewijk Hogguer hangt elders in de kerk. Tegen de oostzijde van het voormalig noordkoor treffen we de kapel aan van het echtpaar Joan Corver en Sara Maria Trip. Daarnaast, tegen het voormalig hoofdkoor, was de inmiddels afgebroken kapel Reijnst gebouwd, later bekend als de kapel Hooft Graafland. Vóór de dichtgemetselde toegang treft men nog het houten toegangshek aan met fraai houtsnijwerk. De nog aanwezige grafkelder is thans in bezit van de familie Sluyterman Van Loo. Tegen de zuidmuur van het voormalige hoofdkoor is de grafkapel van het geslacht Van Harencarspel gebouwd waarin zich een aantal prachtig versierde rouwborden bevindt.

PKN Nederland