Historie orgel Vredevorstkerk
In 1923 wordt het Strümphler-orgel (1796) in de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam door A. Bik (Amsterdam) uitgebreid met een "Fernwerk" (echowerk).
Na sluiting van deze kerk in 1950 wordt het grote orgel overgeplaatst naar de Eusebiuskerk in Arnhem en wordt het "Fernwerk" aangekocht door de Gereformeerde Maranathakerk op het Mosplein te Amsterdam-Noord.
In 1951 krijgt A. Bik uit Amsterdam de opdracht een orgel te bouwen voor de Gereformeerde Maranathakerk aan het Mosplein te Amsterdam-Noord, welke opdracht hij uitvoert, samen met zijn broer P.C. Bik uit Leiden.
Het Fernwerk wordt Bovenwerk in zwelkast en wordt uitgebreid evenals het pedaal.
Met gebruikmaking van bestaand pijpwerk wordt een nieuw hoofdwerk vervaardigd.
Na de sluiting van de Maranathakerk in 1984 wordt het orgel m.m.v. P.C. Bik uit Leiden (zoon van bovengenoemde P.C. Bik), door gemeenteleden uit Amsterdam en Beverwijk gedemonteerd en overgebracht naar Beverwijk.
Op een, geheel door gemeenteleden opgebouwd orgelbordes wordt door P.C. Bik het orgel weer opgebouwd en met gebruikmaking van de oudere onderdelen voorzien van een nieuwe orgelkas. Ook wordt een nieuwe windvoorziening aangebracht waarbij het hoofdwerk gescheiden is van bovenwerk en pedaal.
De dispositie
Manuaal I: (C-f3)
Bourdon 16' - Prestant 8' - Roerfluit 8' - Octaaf 4' - Quint 2 ⅔' - Mixtuur 3 sterk - Trompet 8'''
Manuaal II: (C-f3)
Salicionaal 8' - Holpijp 8' - Viola da Gamba 8' - Vox Céleste 8' - Prestant 4' - Fluit harmoniek 4' - Nasard 2 ⅔' - Woudfluit 2' - Terts 1 3/5' - Sequialtera II - Hobo 8' - Tremulant
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16' (transm.) - Violoncel 8' - Trompet 4'
Koppelingen
manuaal 1 aan pedaal - manuaal 2 aan pedaal - manuaal 2 aan manuaal 1.
Speelhulpen: 4 vaste combinaties (P, MF, F, T).
Elektro-pneumatische kegelladen.