24 juni 2014 - Meditatie verzorgd door ds. Marco Visser

U bent hier: Home - 24 juni 2014 - Meditatie verzorgd door ds. Marco Visser

Het woord

 

God spreekt. Zo wordt het in de Bijbel verteld: God is geen zwijgende macht, maar hij komt aan het woord. Dat raakt mij. Waarom? Omdat het zo heerlijk ánders is. De goden van onze wereld, de goden die wij op de een of andere manier allemaal aanbidden, die zwijgen. De machten waarvoor wij knielen – vul zelf maar in –, we verwachten er van alles en nog wat van, maar als het erop aan komt, dan hebben ze ons geen goed, bevrijdend, reddend woord te zeggen. De God van de Bijbel spreekt.

 

Dat levert ons wel een grote vraag op. Namelijk: hoe dan? Hoe spreekt deze God? Het lastige is, dat dat niet vast te leggen is. Want het woord van deze God is geen ding, dat is niet in beton gegoten, dat is niet te hébben. Dat is een gebeuren. Het woord van God is bevrijding, vertelt de Bijbel. Het woord van God is de Messias Jezus, zegt de Bijbel. Maar hoe dan ook, het is geen vaststaand feit. ‘En het geschiedde…’

 

De Zwitserse theoloog Karl Barth (1886-1968) heeft eens geschreven: ‘God kan door het Russisch communisme, door een fluitconcert, door een bloeiende struik of door een dode hond tot ons spreken. We zullen er goed aan doen naar hem te luisteren als hij dat inderdaad doet.’ Een krasse zin. Waarin vooral die dode hond mij fascineert; wat wil Karl Barth daar nu mee zeggen? In ieder geval roept het de vraag op: zijn wij er klaar voor, zijn wij geoefend? Zijn onze oren gespitst op de aanspraak van de God van Israël?

 

De Kerk heeft altijd gezegd: Wij leggen het oor vooral maar te luisteren bij de Schrift. Als wij het ergens verwachten, dan toch maar daar. ‘Door de Schrift alleen… sola scriptura…’, zeiden Luther en Calvijn. Dat was in de zestiende eeuw, maar het was niets nieuws, het was hooguit een herontdekking. De Kerk had het trouwens ook al niet van zichzelf, die had het weer geërfd van de Synagoge.

 

Martin Buber vertelt het volgende chassidische verhaal, dat ik hier vrij navertel:

 

Alle leerlingen van de grote Rabbi Maggid waren goedgeschoold en hooggeleerd geworden. Want een betere leraar dan Rabbi Maggid was er niet. Zijn leerlingen onthielden alles wat hij zei. Alleen één leerling niet: Sussja. Sussja had nog nooit een hele les van Rabbi Maggid tot het einde toe meegemaakt. Dat kwam zo: steeds als Rabbi Maggid een Bijbeltekst voordroeg om die uit te gaan leggen, en steeds als hij dan de woorden ‘En God zei’ of ‘En God sprak’ voorlas, dan werd Sussja daardoor gegrépen: dan raakte hij buiten zichzelf en schreeuwde en werd wild. Dan verstoorde hij de les zo, dat ze hem naar buiten moesten brengen. En dan stond hij op de gang en sloeg met zijn vuisten op de muren en riep: ‘En God sprak… en God sprak!’ En hij hield pas op als de les van Rabbi Maggid afgelopen was. Zo kwam het dat deze leerling, Sussja, nog nooit een les tot het einde toe gehoord had. Maar de waarheid is: misschien is één woord wel genoeg. Met één woord kun je de wereld verheffen. Met één woord kun je de wereld verzoenen. ‘En God sprak’.

 

ds. Marco Visser

PKN Nederland