25 jun 13 - Meditatie door Ds. S. Neuféglise

U bent hier: Home - 25 jun 13 - Meditatie door Ds. S. Neuféglise

Meditatie bij Lucas 6 vers 20 en 21

‘Zalig, jullie armen, want van jullie is het Koninkrijk van God. Zalig jullie, die nu honger hebben, want jullie zullen verzadigd worden. “

Onlangs overleed op 65 jarige leeftijd de gedreven pastor en theoloog dr. Jurjen J. Beumer. Sinds 1986 was hij directeur van het oecumenisch diaconaal centrum Stem in de Stad in Haarlem. Hij heeft zich samen met professionals en een groot team van vrijwilligers ingezet voor mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen: verslaafd, of geen dak boven het hoofd hebben, of zij die het tempo van onze maatschappij niet meer bij kunnen houden. Daarnaast heeft hij vele boeken over spiritualiteit geschreven. Want zo vond hij: het gaat niet alleen om de inzet voor je naaste, of de mensen die op jouw weg komen. Het ook belang rijk om je ziel te voeden en om je te richten op de Eeuwige. In Jurjen Beumer’s eigen woorden geef ik weer wat hij heeft geschreven in zijn boek: “Vrede en alle goeds”- meditatief weekboek bij de tekst over Lucas 6. “Bij Stem in de Stad, ons werk in Haarlem, hebben we in feite niets anders in huis dan verhalen. Het zijn de levensverhalen van de mensen die bij ons binnenlopen of die we in de stad ontmoeten. Het zijn verhalen van vreugde en leed. Helaas, vaak veel leed. Van Anna, die langs de afvalbakken gaat en daar haar dagelijkse “ritueel” van maakt. Van Henk, een verhaal van eenzaamheid is het, hij heeft niemand. Van “maffe”Kees met de speldjes op zijn hoed. Van Jos die zo verslaafd is als een tank en nog steeds leeft. Verhalen en nog eens verhalen. Van onze moslim – vriend die zo graag een eigen, echte moskee wil en niet meer wil bidden in een uitgeleefd schoollokaal. Van asielzoekers, die trauma’s hebben opgelopen. Kommer en kwel ? O, wat doen jullie moeilijk werk ? Misschien, maar zijn de verhalen ook niet enigszins herkenbaar en meevoelbaar ? Klopt er ook niet in mee de droefenis die we zelf moeten dragen ? Natuurlijk, ik kan niet zomaar een junk met een yup vergelijken. Het zijn werelden van verschil. Het ogenschijnlijk verre verhaal van de ander is toch ook een altijd beetje van onszelf. Hebben we daarom zo’n moeite om bij de ander in nood te komen omdat we onszelf in hen tegenkomen ? Niemand gaat zonder schrammen en sneeën door het leven. Met angst en beven bezoeken we iemand die moet sterven. Herinneren onze knikkende knieën aan onze eigen sterfelijkheid ? We kunnen meewarig aan een dakloos iemand voorbij lopen. Misschien omdat we ons ook niet meer thuis voelen in het huis waar we wonen ? De ander in nood appelleert aan de wonden en de pijnen in onszelf en hierin vindt de menselijke solidariteit en compassie een van haar oorsprongen. Toch blijft gelden dat de arme voorop gaat: “zalig de armen”en niet “zalig zij die voor de armen zorgen. “ Dat zet ons met twee benen op de grond. Als we nog levenskracht hebben en lust om te leven, laten we bij hen zijn in nood. Om ergens onaangeroerde bronnen van heling te openen. Nu nog verborgen en vaak verstikt in tranen, maar eens zal bij ons allen de volle lach doorbreken. Het is deze lach die we nu al vieren. Geen leven zonder vieren ! Een leven zonder liturgie brengt ons van de koude kermis thuis. Want ergens moet er een plek zijn waar een visioen aan ons levensverhaal wordt toegevoegd, ergens moet geweten en verteld worden dat er Iemand is die borg voor ons staat. “

ds. Sylvia Neuféglise – Vermeer.

PKN Nederland